Samen Scherp aan de Poort – Triage als Teamwerk Drieluik 3/3

Op de Dag van de Eerste Lijn 2026 werd een workshop gegeven over het belang van goede triage en de mogelijke valkuilen daarin. Tijdens deze sessie werden verschillende interessante inzichten gedeeld die we je niet willen onthouden. Daarom presenteren we deze informatie in de vorm van een drieluik; dit is deel drie.

Telefonische triage 1

Deel 3 – Risicovolle triages

Uit literatuur blijkt dat triages extra risicovol zijn wanneer patiënten hun klachten niet goed kunnen verwoorden. Dat herkennen we ook bij DOKh. In de calamiteiten waarmee wij te maken krijgen, gaat het relatief vaak om patiënten die de Nederlandse taal beperkt beheersen of beperkte gezondheidsvaardigheden hebben.

Daarnaast zien we nog een ander risico in onze dagelijkse praktijk. We nemen je graag mee in de volgende (fictieve) casus.

Casus

De moeder van Nina belt naar de huisartsenpost. Nina is al een week ziek en wordt steeds hangeriger. Moeder maakt zich zorgen en vraagt zich af of Nina iets ernstigs heeft. Ze wil graag langskomen.

De triagist hoort geen duidelijke alarmsymptomen en komt niet uit op een hoge urgentie. Toch voelt ze zich niet volledig gerust. Ze stelt daarom voor om de huisarts met moeder te laten beeldbellen, zodat beter kan worden ingeschat of Nina alsnog gezien moet worden. In het EPD noteert ze: ‘Week ziek, koorts. Wel alert maar hangerig. Graag beeldbellen.’

De huisarts leest de notitie en gaat ervan uit dat er bewust is afgezien van een consult. Tijdens het beeldbellen ziet ze een bleek en stil kind op schoot bij moeder. Ook zij is niet volledig gerust, maar ze wil de triagist niet in verlegenheid brengen door toch een consult af te spreken. Ze geeft moeder een zelfzorgadvies.

Wat kunnen we hiervan leren?

In deze casus zijn zowel de triagist als de huisarts ongerust, maar dat wordt onvoldoende met elkaar gedeeld.

  • De triagist geeft niet expliciet door dat zij graag wil dat de huisarts beoordeelt of Nina moet komen.
  • De huisarts gaat ervan uit dat de triagist geen consult nodig vindt en vraagt niet door naar het doel van het beeldbelcontact.

In de realiteit, bij vergelijkbare situaties, heeft dit geleid tot calamiteiten. Daarom onze oproep:

  • Ben je degene die een collega laat terugbellen? Draag dan duidelijk over waarom je dit terugbelcontact hebt afgesproken en welke vraag je hebt.
  • Ben jij degene die moet terugbellen? En is de vraag niet duidelijk? Check dan altijd eerst bij degene die het contact heeft ingepland wat precies van je wordt verwacht.
  • Tot slot: Ieder draagt een eigen professionele verantwoordelijkheid. Durf de inschatting van een ander te herzien, en baseer je niet uitsluitend op de waarnemingen van collega’s.

Bron
Een conversatieanalyse van triagegesprekken | H&W

Reactie Saskia van Beek, triagist en docent bij DOKh:

Ik lees hier vooral hoe kwetsbaar het wordt als twijfel niet duidelijk wordt uitgesproken. In de casus van Nina voelen zowel de triagist als de huisarts zich eigenlijk niet helemaal gerust, maar dat wordt niet expliciet benoemd. Dat herken ik ook: soms voel je dat er “iets niet pluis” is, maar als je dat niet helder overdraagt, kan het verloren gaan. Voor mij laat dit zien dat veiligheid niet alleen zit in het juiste urgentieniveau, maar juist ook in duidelijke communicatie en het durven uitspreken van onzekerheid.

Wat ik uit beide delen meeneem, is dat de NTS een belangrijk hulpmiddel is, maar het vervangt ons klinisch redeneren niet. Uiteindelijk draait goede triage voor mij om balans: werken volgens de richtlijn, maar ook vertrouwen op je professionele inschatting en die bespreekbaar maken.

Ik merk ook dat dit makkelijker is als je wat meer ervaring hebt. Als je nog niet zo lang werkt, kan het spannend zijn om van de systeemuitkomst af te wijken. Zeker als je weet dat triages later teruggekeken kunnen worden. Dat maakt het des te belangrijker dat er ruimte is om je eigen inschatting te delen en dat daar open over gesproken kan worden.